Algemene bepalingen
- Het CBS of de cultuurdienst kunnen te allen tijde bewijzen opvragen ter staving van het ingediende dossier. Het verstrekken van foutieve informatie kan ervoor zorgen dat een vereniging uitgesloten wordt van toekomstige subsidies.
- De werkingssubsidie wordt per werkingsjaar toegekend. Een werkingsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus.
- De vereniging doet zijn aanvraag via een door de cultuurdienst ter beschikking gesteld webformulier en dient dit digitaal in voor 1 oktober. Aanvragen die op een andere manier gebeuren zullen niet in aanmerking worden genomen.
- De uitbetaling van de werkingssubsidie van het voorbije werkjaar gebeurt telkens voor 31 december.
- Het college van burgemeester en schepen is bevoegd voor de erkenning van de leden van de algemene vergadering en de erkenning voor het in aanmerking komen voor een werkingstoelage voor culturele verenigingen. Alleen leden van de algemene vergadering kunnen ook erkend worden voor een werkingstoelage.
- De criteria voor erkenning voor een werkingstoelage en het toekennen van een categorie voor deze verenigingen zijn vastgelegd in de statuten van de stedelijke cultuurraad (art. 16).
- Indien een vereniging niet akkoord is met de beslissing tot erkenning/categorisering kan zij tot 30 dagen na kennisgeving door het schepencollege aan de vereniging een gemotiveerd bezwaar indienen. Na 30 dagen wordt de beslissing als definitief beschouwd.
- De vereniging beschikt over een rekeningnummer op naam van de vereniging.
- Bij de beoordeling van de puntentoekenning op basis van de activiteiten is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.
Wie komt in aanmerking voor een werkingstoelage voor culturele verenigingen?
- Alleen erkende verenigingen binnen de categorieën A t.e.m. D volgens de criteria vastgelegd in de statuten (art. 16) van de stedelijke cultuurraad kunnen in aanmerking komen voor een werkingstoelage.
- Commerciële verenigingen, serviceclubs en levensbeschouwelijke verenigingen kunnen géén aanspraak maken op een werkingstoelage.
-
Bestaande en nieuwe verenigingen die in aanmerking komen voor een werkingstoelage, kunnen activiteiten inbrengen vanaf het moment dat ze lid geworden zijn (datum van erkenning via CBS-beslissing)
Wat met verenigingen die geen werkingstoelage maar een vaste nominatieve toelage van de stad krijgen?
De werkingstoelage kan niet gecombineerd worden met een vaste nominatieve toelage van de Stad.
Het CBS is bevoegd voor het bepalen welke verenigingen er voor een nominatieve toelage in aanmerking komen.
Wat met verenigingen die een werkingstoelage krijgen van een andere tak?
Als verenigingen een werkingstoelage voor culturele verenigingen ontvangen, dan kunnen ze dit niet cumuleren met een werkingstoelage van een andere tak (vb. jeugd, sport, senioren …). Het staat verenigingen die onder verschillende adviesraden vallen vrij een gemotiveerde aanvraag te doen bij de keuze van tak waaronder ze een werkingstoelage willen ontvangen. Deze aanvraag wordt voorgelegd aan het CBS. Deze keuze is blijvend tot het einde van de legislatuur.
Verenigingen kunnen zich, binnen eenzelfde vzw of feitelijke vereniging, niet opsplitsen om deze regel te omzeilen. Jeugdafdelingen of aparte subwerkingen /onderafdelingen vallen onder de hoofdvereniging.
Cumulatie met andere subsidies dan werkingssubsidies (bv projectsubsidie, impulssubsidie …) binnen een tak is wel mogelijk, voor zover de subsidiereglementen in kwestie dit toelaten. Eénzelfde activiteit kan evenwel niet voor verschillende subsidies in aanmerking komen.
Hoe wordt de werkingstoelage verdeeld?
Een toelage bestaat uit 2 delen:
- Een basistoelage
- Een aanvullende toelage op basis van een puntensysteem
Elke vereniging die voor een werkingstoelage in aanmerking komt, heeft recht op een basistoelage. Deze basistoelage verschilt naargelang de categorie waaronder de vereniging valt. De categorisering is gebaseerd op de doelstellingen van vereniging die een werkingstoelage wil ontvangen. De verenigingen worden op het moment van hun erkenning voor een werkingstoelage door het CBS in een categorie ingedeeld.
- Categorie A - Sociaal-cultureel werk: basistoelage €100
- Categorie B – Kunstverenigingen: basistoelage €200
- Categorie C - Cultureel erfgoed: basistoelage €300
- Categorie D – Cultuurspreiding: basistoelage €300
De resterende subsidiepot wordt verdeeld aan de hand van een puntensysteem. Hierbij wordt de subsidiepot gedeeld door het aantal uitgedeelde punten. Dit bepaalt de waarde van een punt. Binnen het puntensysteem zijn een aantal parameters van toepassing voor alle verenigingen (verder ‘algemeen’ genoemd). Daarnaast zijn er voor de specifieke categorieën een aantal extra parameters van toepassing (verder ‘specifiek gedeelte’ genoemd). Een vereniging kan slechts voor één categorie specifieke punten in aanmerking komen. Verenigingen moeten de parameters onder de juiste categorie invullen. Activiteiten die onder een verkeerde categorie ingevuld worden, worden niet in rekening gebracht bij de toekenning van punten.
Activiteiten die in rekening gebracht worden onder het algemeen gedeelte, kunnen niet nog eens in rekening gebracht worden in het specifieke gedeelte. Er moet tekens een keuze gemaakt worden. Dit zorgt voor een duidelijke en eerlijke verdeling van de activiteiten en voorkomt dubbele tellingen en overlap.
Het is mogelijk per activiteit punten te verdienen (vb. speel je 3 voorstellingen, dan krijg je 3 maal de punten die bij deze parameter staan). Bij sommige parameters is er een limiet van het aantal activiteiten dat in rekening kan worden gebracht. Dit staat vermeld bij deze parameters. Een aantal parameters kunnen als supplement bijgerekend worden bij de punten van een activiteit. Deze hebben steeds de vermelding supplement.
Louter commerciële activiteiten (denk bijvoorbeeld aan eetfestijnen) komen niet in aanmerking. Indien deze activiteit gecombineerd wordt met een activiteit van culturele aard, dan is het de hoofdactiviteit die bepaalt of de activiteit al dan niet in rekening mag worden gebracht. Een voorbeeld: een spaghettiavond met een concertje om sfeer te brengen telt niet, een concert waar achteraf iets gedronken kan worden telt wel. In het tweede voorbeeld primeert immers de culturele activiteit.
Bij het invoeren van activiteiten via het indienformulier moeten bewijsstukken worden toegevoegd. De bewijsstukken moeten de aard en de inhoud van de activiteiten aantonen. Op die manier kan er correct ingeschat worden of een activiteit al dan niet in aanmerking komt voor het toekennen van de punten. Activiteiten die ingebracht worden zonder bewijsstuk, worden niet in rekening gebracht bij het toekennen van punten.
|
1. Algemeen |
|
|
De vereniging heeft naast zijn volwassenwerking een jeugdwerking. Daarmee wordt bedoeld: structurele/regelmatige activiteiten vanuit de vereniging specifiek door en voor de jeugd, zonder dat er een aparte jeugdvereniging is (anders vallen deze onder het subsidiereglement voor jeugdverenigingen). |
30 punten |
|
De vereniging heeft oog voor een inclusieve werking en kan dit aantonen. (30 punten) Onder inclusieve werking wordt begrepen: de vereniging houdt in haar visie en bij het organiseren van activiteiten rekening met de integratie van specifieke doelgroepen: toepassing van UiTPAS-kansentarief, samenwerking met Intro rond toegankelijkheid, inzet van tolken bij activiteiten waar ook anderstaligen aansluiten, specifieke gezinsgerichte activiteiten… De inclusieve werking kan aangetoond worden aan de hand van samenwerking met specifieke partners, een duidelijke doelstelling uit de statuten, voorbeelden van specifieke communicatie naar doelgroepen…
|
30 punten |
|
de vereniging beschikt (eigendom of huur) over eigen lokalen die ze gebruikt voor haar kernactiviteit. Opslagruimtes en gebouwen die van Stad Wervik gehuurd worden of in bruikleen zijn, komen niet in aanmerking. |
50 punten |
|
Aanwezigheid op algemene vergadering cultuurraad. Deze punten worden slechts toegekend als er minstens één afgevaardigde van de vereniging aanwezig was op alle Algemene Vergaderingen (meestal 2 per jaar) van de culturele raad. |
50 punten |
|
2. Algemeen - samenwerkingen (maximum 3): |
|
|
De vereniging ging in het afgelopen werkjaar samenwerkingsverbanden aan met andere (Wervikse) verenigingen voor het organiseren van activiteiten. (5 punten per samenwerkingsverband, max. 3) Elke in het samenwerkingsverband betrokken vereniging moet op een gelijkwaardige manier bijdragen aan de activiteit en de verantwoordelijkheden moeten eerlijk verdeeld zijn. Deze gelijkwaardige deelname en de gedeelde verantwoordelijkheid moeten duidelijk blijken uit het ingediende bewijsstuk vb: logo’s op de affiche, ... .
|
5 punten |
|
3. Algemeen - eigen organisatie van: |
|
|
Organisatie van een lezing, vorming, workshop of cursus, gebracht door een deskundige, die openstaat voor iedereen (dus niet enkel voor leden) |
5 punten |
|
Hebben er bestuursleden van jouw vereniging deelgenomen aan een studiedag of vorming relevant voor de vereniging en ten bate van de vereniging? (vb. vormingen voor bestuursvrijwilligers, VZW-wetgeving, vorming vanuit een koepel ...) (10 punten per deelname, max. 5) Als bewijsstuk moet een attest van deelname ingediend worden.
|
10 punten |
|
Organiseerde jouw vereniging een opendeurdag of een beurs? (15 punten, max. 1)
|
15 punten |
|
Organiseerde jouw vereniging een tentoonstelling? (25 punten, max. 2)
|
25 punten |
|
Organiseerde jouw vereniging een didactisch onderbouwde toeristische fiets-, wandel- of boottocht, een gegidste wandeling of een daguitstap met start en aankomst op grondgebied van Wervik? (10 punten, max. 5)
|
10 punten |
|
Organiseerde jouw vereniging een ingekochte voorstelling? (10 punten, max. 2) Onder een ingekochte voorstelling wordt verstaan: je organiseert als vereniging een (podium)activiteit en je betaalt een uitkoopsom aan een muziekgroep, theatergezelschap,… om een voorstelling te brengen. LET OP: lezingen en vormingen vallen hier niet onder. De ingekochte voorstelling moet de hoofdactiviteit zijn (dus bijvoorbeeld niet muzikale randanimatie op een eetfestijn) |
10 punten |
|
organisatie van een filmvoorstelling (maximaal 5) |
5 punten |
|
organisatie van een livestream van een activiteit (concert, lezing, voorstelling) zonder publiek in de zaal (maximaal 5) |
10 punten |
|
Organiseerde jouw vereniging een culturele optocht of stoet? (15 punten, max. 2)
|
15 punten |
|
organisatie van een quiz die open staat voor niet leden (maximaal 2) |
10 punten |
|
SPECIFIEK GEDEELTE volgens categorisering (zie ook bij statuten – erkenningsvoorwaarden voor werkingstoelagen, art. 16):
|
|
| 4. Specifiek – Categorie A - Sociaal-cultureel werk (vormingswerk voor volwassenen, vrijetijdsbesteding en hobbyclubs, buurtverenigingen en wijkcomités, welzijnsverenigingen) | |
|
organisatie van één- of meerdaagse activiteit waarop alle buurt/wijk/dorpsbewoners uitgenodigd worden (met een maximum van 4, telkens met 15 punten per dag)
|
15 punten |
|
uitgifte van minimum 2 edities van een buurtkrant met minimum 4 tot 10 redactionele pagina’s met foto’s van minimum A5-formaat die huis-aan-huis bedeeld worden en ook via mail worden verspreid en via de sociale media |
5 punten |
|
uitgifte van minimum 2 edities van een buurtkrant met meer dan 10 redactionele pagina’s met foto’s van minimum A5-formaat die huis-aan-huis bedeeld worden en ook via mail worden verspreid en via de sociale media |
10 punten |
|
5. Specifiek – Categorie B - Kunstverenigingen (theater, muziek, letteren, dans, beeldcultuur en beeldende kunst) |
|
| Aantal eerste voorstellingen van een creatie/concert/toneelstuk/dansvertoning, in eigen organisatie, indien deze doorgaat op Werviks grondgebied (25 punten, 5 max.) |
25 punten |
| Aantal eerste voorstellingen van een creatie/concert/toneelstuk/dansvertoning, in eigen organisatie, indien deze niet doorgaat op Werviks grondgebied (10 punten, 5 max.) |
10 punten |
| Bijkomende voorstellingen van dezelfde creatie/concert/toneelstuk/dansvertoning, in eigen organisatie, op Werviks grondgebied (10 punten, max. 5) |
10 punten |
| Bijkomende voorstellingen van dezelfde creatie/concert/toneelstuk/dansvertoning, in eigen organisatie, niet op Werviks grondgebied (5 punten, max. 5) |
5 punten |
| Supplement voor eigen creaties (zelfgeschreven toneelstuk, compositie of arrangement, boek, muziekalbum met eigen muziek, choreografie,...) (25 punten, max. 5) |
25 punten |
| 6. Specifiek – Categorie C - Cultureel erfgoed (musea, archieven, volkscultuur, immaterieel en roerend erfgoed) | |
|
Uitgifte van een geschiedkundig tijdschrift met een minimum van 10 redactionele pagina's met minstens 2 edities per werkjaar (15 punten, max. 5) |
15 punten |
|
Aanmaak van een geschiedkundige multimediapublicatie onder de vorm van tekst, foto, film of muzikaal werk en uitgebracht op het internet of onder de vorm van een digitale drager (15 punten, max. 5) |
15 punten |
|
Het zelf schrijven, drukken en publiceren van een boek met registratienummer bij het wettelijk depot (geïllustreerde uitgave met minstens 32 pagina's over een aan de vereniging verwant thema) (25 punten, max. 5) |
25 punten |
| 7. Specifiek – Categorie D - Cultuurspreiding (verenigingen die optreden als organisator en cultuur naar de bevolking brengen d.m.v. tentoonstellingen, voordrachten, wedstrijden, concerten, festivals, film- en theatervoorstellingen) | |
|
Organisatie van een publieksevenement op het grondgebied met meer dan 500 bezoekers |
50 punten |