Met het strooiplan zorgen we ervoor dat bijna alle weggebruikers in de buurt van hun woning snel toegang hebben tot een begaanbare, bestrooide weg. Eerst worden de hoofdwegen, routes voor het openbaar vervoer en wegen naar scholen en openbare parkeerplaatsen aangepakt. Vervolgens komen de wegen met een secundaire prioriteit aan de beurt, zoals minder drukke straten die extra risico’s kunnen geven door bijvoorbeeld hellingen, overwegen of ligging binnen een woonwijk.
Waarom wordt mijn straat niet gestrooid?
Als je merkt dat jouw straat later of helemaal niet gestrooid wordt, terwijl andere straten wel al aan de beurt zijn, komt dat door het strooiplan. Het doel van dit plan is om de wegen en fietspaden zo snel en efficiënt mogelijk ijs- en sneeuwvrij te maken via een doordachte volgorde van prioriteiten.
Strooien heeft niet overal effect
In woonwijken is het verkeer vaak bestemmingsverkeer, waardoor er weinig doorgaand verkeer is en het effect van strooien beperkt blijft. Strooiwerk is pas optimaal als er veel verkeer over de weg rijdt, omdat het zout dan goed kan inwerken. Bij straten met weinig verkeer kan strooien zelfs gevaarlijk zijn: smeltwater kan opnieuw bevriezen, waardoor gladde plekken ontstaan. Daarom kiezen we ervoor om in straten met weinig verkeer niet te strooien.
Verantwoordelijkheid voor voetpaden
Het is de plicht van iedere bewoner om het voetpad voor de eigen woning ijs- en sneeuwvrij te houden. Let er daarbij op dat je geen sneeuw op fietspaden gooit en dat de rooilopen niet geblokkeerd worden.